Jump to Navigation

Neuromodulatie

Neuromodulatie bij chronische pijnpatiënten

Neuromodulatie

Patiënten met chronische pijn die geen baat hebben bij reguliere pijnbestrijding (analgetica, pijnblokkades etc.) komen bij bepaalde indicaties (zie hieronder) in aanmerking voor implantatie van een neurostimulator. Daarbij kunnen zowel spinal cord stimulatoren (SCS) als ook dorsal root ganglion (DRG) stimulatoren geïmplanteerd worden. Het verschil tussen deze stimulatoren heeft met de indicatie, lokalisatie en manier waarop gestimuleerd wordt te maken. Tijdens de implantatie wordt onder doorlichting een lead in de epidurale ruimte of intraforaminaal (bij DRG) geplaatst en verbonden met een batterij onder de huid. De stimulatie van de elektroden op de lead veroorzaakt een tinteling in het pijngebied met als doel de pijnprikkel te onderdrukken. Dit is anders bij High Frequency (HF) stimulatoren, waarbij de patiënten geen stimulatie voelen. De stimulator kan door de patiënt zelf worden geactiveerd m.b.v. een afstandsbediening. De batterij (ook wel internal pulse generator, IPG, genoemd) wordt in een pocket in de holte van de rug, bil of buik geplaatst.

Indicaties:

  • Failed back surgery syndrome (FBSS)
  • Perifere neuropathische pijn
  • Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS)
  • Chronische angina pectoris
  • Neuropathische aangezichtspijn
  • Perifeer ischemisch vaatlijden
  • Neuropathische liespijn na littekenbreukoperatie
  • Viscerale pijn, bijv. door chronische pancreatitis

Contra-indicaties:

Uitzondering: Ascal wordt in principe 3-5 dagen van tevoren gestopt. Deze regel is echter afhankelijk van het individuele profiel van de patiënt voor cardiovasculaire complicaties. De definitieve beslissing wordt door de behandelend pijnspecialist genomen.

Complicaties:

  • Bloeding
  • Infectie lokaal/subcutaan, infectie centraal zenuwstelsel (meningitis)
  • PDPH (post durale punctie hoofdpijn) bij “dural tap”.
  • Letsel aan ruggenmerg
  • Allergische reactie

Procedure:

Zie protocol ‘sedatie bij plaatsen neurostimulator’ voor klaarzetprotocol en medicatie per-operatief door PSA-medewerker. De procedure vindt plaats onder röntgendoorlichting en antibiotica profylaxe kefzol 1 gram. Achterwacht PSA is eind-verantwoordelijk voor de sedatie.

Doorlichting: röntgenapparatuur wordt door betreffende pijnspecialist m.b.v. laborant of aios chronische pijn (na overleg met laborant sein #81-59190) naar de kamer van het dagcentrum gehaald.

Bijzonderheden van de procedure:

Verantwoordelijkheden:

De pijnspecialist is op deze dag de operateur en verantwoordelijk voor de checklists van de operateur/zaalarts. De anesthesiologische surpass wordt gedaan door de PSA-medewerker.

Markeren:

Het markeren wordt gedaan volgens het huidige AMC-beleid. De markeringen worden aangebracht in overleg met een wakkere patiënt waarbij gecontroleerd wordt aan de hand van het medisch dossier. Markering van een DRG-systeem verdient extra aandacht omdat de incisie aan de contralaterale zijde wordt gemaakt van het DRG waar de lead geplaatst en uiteindelijk gestimuleerd wordt.

Implantatiechirurgie:

  • Minimaliseren deurbewegingen: I.v.m. implantatie chirurgie en strenge eisen voor infectiepreventie gelden de volgende regels:
    • Geen onnodige deurbewegingen nadat de steriele materialen openliggen en procedure gestart is
    • Indien deurbewegingen onvermijdelijk zijn alleen via de sluis en niet via de grote deur. Wachten tot gangdeur gesloten is alvorens andere deur te openen.
  • Registratie van implantaten: implantaten moeten herleidbaar zijn naar de patiënt. Dit is vooral van belang in geval van problemen (recall). Momenteel worden de lotnummers geplakt op een vel wat door onze pijnconsulenten wordt gescand in de medical viewer van de status van de patiënt.

Positionering en opstelling OK:

  • Positionering: Buikligging. Met onderbuik op kussen of opgevouwen deken zodat lordose geminimaliseerd wordt. Bij cervicale ingrepen wordt de cervicale lordose geminimaliseerd door het hoofd te laten steunen op een zacht rolletje. Armen langs het lichaam. Infuus en draden van saturatiemeter, ECG en bloeddrukband langs tafel afwerken i.v.m. de röntgenapparatuur en C-boog welke om de tafel heen draait tijdens de procedure.
  • C-boog staat aan dezelfde zijde als de operateur zodat deze (steriel ingepakt) door de operateur tijdens de operatie kan worden bediend. De monitor van de röntgen staat tegenover de operateur.

Tijdens de procedure:

Sedatie + lokale infiltratie met lidocaine 2% wordt toegepast voor het comfort van de patiënt tijdens incisie, vrijpreraperen en plaatsen van de epidurale lead. De patiënt wordt wakker gemaakt voor het testen van de epidurale stimulatie (SCS en DRG). Na het testen wordt de patiënt weer gesedeerd voor het vrijprepareren van de pocket, tunnelen van de leads en plaatsen van de IPG. Bij een HF procedure mag de patiënt gedurende de hele procedure gesedeerd blijven.

Na de procedure:

Patiënt wordt na de ingreep naar de verkoever van het dagcentrum gebracht waar de patiënten gedurende 6 uren plat moeten blijven liggen. Indien patiënten aan het einde van de middag worden geïmplanteerd, wordt door de verantwoordelijk pijnspecialist een overnachting op de short stay geregeld. Ontslag geschiedt door de uitvoerend (of indien niet aanwezig) collega pijnspecialist de volgende dag.

Onder beheer van afdeling: 
Anesthesiologen