Jump to Navigation

Infragluteaal blok

Voorwaarden

1. Perifeer infuus

2. Monitoring Pakket 1

3. Surpass B0

Materiaal

1. Lineaire probe,/ curved probe mogelijk bij adipeuze patiënten

2. Basis poets-set regionale anesthesie met echo-hoes

3. Echogene naald 10 cm +/- catheter

Medicatie

Chirurgisch blok: Mepivacaine 2% en/of Levobupivacaine 0.5%, ¼ mL / kg IG

Postoperatieve pijnbestrijding: Levobupivacaine 0.125 – 0.25%, ¼ mL / kg IG

Continue pijnbestrijding: Levobupivacaine 0.125% 6-10 mL/uur

Positionering

1. Zijligging (in plane)

2. Buikligging, classic approach (in plane / out of plane)

De N. ischiadicus is goed te visualiseren 5-10 cm ( ongeveer handbreedte) distaal van de bilplooi.(1) De interne landmarks kunnen helpen bij het identificeren van de N. ischiadicus. Scan vanaf lateraal naar mediaal en volg daarbij de omslagplooi van de fascie van de M. biceps femoris vanaf dorsaal naar ventraal (zie bovenste fig.). (2) De n. ischiadicus ligt altijd aan de ventrale zijde van M. biceps femoris op ongeveer 2,5-3,5 cm vanaf de laterale rand. Op basis van de diepte (3-5 cm) kan een aanpassing van de echoinstelling nodig nodig zijn (Mhz, diepte, gain). Een verticale fascie in de M. biceps femoris leidt naar de naar het ventrale top van N. ischiadicus (zie onderste fig.) . Een tweede methode voor het identificeren van de ischiadicus is de trace back methode van de de popliteale regio. Houd altijd rekening met de anisotropie van de N. ischiadicus.(3)

Naaldpositie

Doel is om circulaire distributie lokaal-anesthetica rondom zenuw te bereiken . De nervus ischiadicus is omgeven door een “extern epineurium” en heeft op de short axis view een driehoekige vorm. Door de naald tip in één van de hoeken te plaatsen wordt getracht het epineurium te perforeren zonder punktie van het zenuwweefsel zelf te puncteren, zodat een intraneurale injectie wordt vermeden. (4) Indien de N. ischiadicus nauwlijks is te visualiseren gebruik dan tevens neurostimulatie.

Specifieke aandachtspunten

  • De visualisatie van de N. ischiadicus verbetert door compressie van de subcutis met de echo probe, bevestiging door de echoprobe in de long axis te plaatsen.
  • Zijtak van de art. glutea inf. kan parallel langs de N. ischiadicus verlopen.
  • De naamgeving subgluteaal en infragluteaal kan tot verwarring leiden. Subgluteaal is de benadering op de lijn tussen tuber ischiadicus en trochanter major, terwijl infragluteaal de hierboven beschreven techniek inhoudt.

Literatuur

1. Bruhn J, Van Geffen GJ, Gielen MJ, Scheffer GJ. Visualization of the course of the sciatic nerve in adult volunteers by ultrasonography. Acta Anaesthesiol Scand. 2008 Oct;52(9):1298-302.

2. Bruhn J, Moayeri N, Groen GJ, van Veenendaal A, Gielen MJ, Scheffer GJ, van Geffen GJ. Soft tissue landmark for ultrasound identification of the sciatic nerve in the infragluteal region: the tendon of the long head of the biceps femoris muscle. Acta Anaesthesiol Scand. 2009 Aug;53(7):921-5.

3. Marhofer P, Harrop-Griffiths W, Willschke H, Kirchmair L. Fifteen years of ultrasound guidance in regional anaesthesia: Part 2-recent developments in block techniques. Br J Anaesth 2010; 104: 673-83.

4. Ultrasound for peripheral nerve block. Handbook for the National Ultrasound course of the Dutch Association for Regional Anesthesia. 2010.

5. http://www.dara-esra.nl/index.php/links/test#!/~/product/category=6793288&id=15072667

Onder beheer van afdeling: 
Anesthesiologen