Jump to Navigation

Alcoholonthoudingsyndroom

Beschrijving:

Alcohol is de meest gebruikte drug wereldwijd. Afhankelijkheid en misbruik (beide al vanaf 6 glazen/dag) zijn niet gelijk. In een ziekenhuispopulatie is 8% at risk, hiervan ontwikkelt 8% een alcohol onthoudingssyndroom (16% chirurgie, 32% trauma).

1. Misbruik: verhoogd risico op infecties, stollingsstoornissen en cardiovasculaire complicaties.

2. Afhankelijkheid: risico op een onthoudingssyndroom, welke potentieel dodelijk is. Naast chronisch hoge alcoholintake zijn een aantal labmarkers verhoogd (MCV, gGT, CDT) en moeten 2-3 vragen van de volgende 4 vragen positief zijn:

  • Gevoel te moeten minderen?
  • Kritiek van ander op alcoholgebruik?
  • Schuldgevoel over alcoholgebruik?
  • Ochtendborrel? (uit DSM IV)

Chronisch alcoholgebruik:

Chronisch alcoholgebruik geeft downregulatie GABA en upregulatie glutaminerge (NMDA) systeem. Verstoring van dit equilibrium, bv door onthouding, stress of een operatieve ingreep kan leiden tot (autonome) hyperactiviteit. Overige betrokken neurotransmittersystemen zijn dopaminerg, serotinerg, opioid. Cave interactie medicatie o.a. via CYP2E1.

Symptomen:

Symptomen kunnen al na 2 uur onthouding ontstaan, grand mal is al beschreven na 6 uur onthouding.

1. Prodromaal (> 2 uur): tremor, zweten, misselijkheid, hoofdpijn, palpitaties, epilepsie (grand mal)

2. Delirium Tremens (> 24-48 uur): hallucinaties, verwardheid, verlaagd bewustzijn, autonome hyperactiviteit3. Respiratoir en cardiovasculair falen NB Symptomen tijdens anesthesie: tachycardie, zweten, hyperthermie! DD in geintubeerde pt: bloeding, infectie, metabole of electrolyten stoornis, hypoxemie, pijn, neurologische awijkingen etc.

Profylaxe:

De ideale profylaxe is nog niet bekend, een combinatie van preparaten blijkt effectiever dan monotherapie. O nderstaand indicaties voor doseringen als profylaxe, welke evt. als continue infusie kunnen worden voortgezet. Als therapie zijn veel hogere doseringen geïndiceerd. Propofol heeft ook een profylactische werking, halfwaardetijd is echter kort. NO is nog in experimentele fase.

Ondanks profylaxe kan alsnog een onthoudingsyndroom ontstaan (25%). Behandeling is primair symptoom gericht en hoort thuis op de IC/High Care.

dosering opmerking
Benzodiazepine Lorazepam 1-2 mg
Diazepam 2,5-10 mg
Clonidine 75-300 μg Mgl. gunstig ter preventie autonome hyperactiviteit
Haloperidol 5-20 mg QTc tijd verlenging
Ethanol 0,5-1,0 g/kg/dag Voor IV toediening dosis halveren (0,5g/kg/dag)

bloedconcentratie van 0,2-0,8 mg/ml

Literatuur:

  • S. Dissanaike "A Protocol to Prevent Alcohol Withdrawal Syndrome" J Am Coll Surgeons 2006; 203; 186-191
  • I. Dobrydnjov “Intrathecal and Oral Clonidine as Prophylaxis for Postoperative Alcohol Withdrawal Syndrome: A Randomized Double-Blinded Study” Anesthesia Analgesia 2004; 98: 738-44.
  • C.D. Spies “ Alcohol Withdrawal in the Surgical Patient: Prevention and Treatment”Anesthesia and Analgesia 1999; 88: 956-954.
  • P. Hoffman “Alcohol dependence: A commentary on mechanisms” Alcohol & Alcoholism 1996; 31; 333-340.
  • C.D. Spies “Prophylaxis of alcohol withdrawal syndrome in alcohol-dependent patients admitted to the ICU after tumor resection” British Journal of Anaesthesia 1995; 75: 734-739
  • Richtlijn NVVP “Diagnostiek en behandeling van het Alcohol onthoudings delirium” 2004
Onder beheer van afdeling: 
Anesthesiologen